Speluitleg Lingo

Speluitleg Lingo

Het doel van het spel is het halen van LINGO, dat wil zeggen 5 willekeurige gele ballen op een horizontale, verticale of diagonale rij.

Lingo wordt gespeeld door 2 spelers. Allebei de spelers krijgen een speelkaart met even of oneven getallen. Uit de corresponderende cijferkaart worden alle kaartjes gedrukt en naast de speelkaart gelegd, met de gele ballen naar boven.

Spelverloop

Van te voren spreken de spelers af hoeveel keren Lingo gehaald moet worden. Er wordt dus afgesproken hoeveel rondes gespeeld gaat worden. Dit kan bijvoorbeeld 5 rondes zijn, dus er moet 5 keer Lingo gehaald worden.

Het Lingo woord bepalen

Beide speler gooien 1 keer met 1 dobbelsteen, diegene die het hoogst gooit mag als eerste een woord raden. Hij of zij wordt speler 1 genoemd. Vervolgens mag de andere speler, speler 2, een voor de speler 1 niet zichtbare bladzijde uit het Lingowoorden-boek kiezen. Speler 1 gooit met beide dobbelstenen en zo wordt bepaald welk woord er geraden moet worden. Speler 1 krijgt niet te zien welk woord dit is. Wanneer speler 1 bijvoorbeeld 3 gooit met de rode dobbelsteen en 5 met de blauwe dobbelsteen wordt er opgezocht welk woord dit is in het woordenboek van Lingo. De rode dobbelsteen bepaald de kolom en de blauwe dobbelsteen de rij.

Speler 2 vult nu de eerste letter van het woord dat geraden moet worden door speler 1 in op het Lingo-spelblok. Wanneer het te raden woord bijvoorbeeld ''knapt'' is vult hij de letter K in.

Dan mag speler 1 beginnen met het raden van het woord. Hij/zij vult een bestaand Nederlands woord in van 5 letters , dat begint met een K. Hij kan dan Speluitleg Lingo spelbijvoorbeeld het woord knots invullen. Vooraf moet de spellers overleggen hoeveel bedenktijd een speler krijgt om het woord te raden, bijvoorbeeld 30 seconden. Lukt het de speler niet om het woord te raden dan gaat de beurt naar de tegenpartij. Alle Nederlandse woorden zijn toegestaan behalve plaatsnamen, eigennamen en namen van produkten.

Wanneer er letters van het opschreven woord voorkomen in het woord, maar niet op de juiste plek staan zet speler 2 een cirkel onder deze letters. Wanneer er letters in voorkomen en ook al op de juiste plek staan zet hij een vierkant onder deze letters.

Speler in krijgt nu een tweede kans om het woord te raden. Daarbij kijkt hij naar de letters waar cirkels en vierkantjes onder getekend zijn. Zo kan hij zien welke letters en in het woord gebruikt worden en of deze al op de juiste plek staan. Speler in vult dan weer een woord in en speler 2 kijkt nu weer naar de letters, en geeft aan welke letters er in voorkomen en of ze op de juiste plek staan. Speler 1 moet zo in 5 keer het juiste woord zien te raden. Wanneer dit niet lukt gaat de beurt naar de tegenpartij. Wanneer dit wel lukt mag speler 1 twee kaartjes pakken met een gele bal. Op de andere zijde van deze kaartjes staan of rode ballen of cijfers, die ook op de Lingo-speelkaart staan afgebeeld.

Wanneer de speler twee kaartjes heeft gepakt waarop een cijfer staat dan legt hij/zij deze op de corresponderende cijfers van de Lingokaart met de gele bal naar boven. De speler is dan nog steeds aan de beurt. Maar wanneer er op 1 of beide kaartjes een rode bal staat , legt de speler de kaartjes terug in het spel en is de tegenpartij aan de beurt.

De beurt kan op 3 manieren naar de tegenpartij gaan.

Wanneer de speler niet binnen de vooraf afgesproken tijd een woord kan bedenken

Als de speler niet binnen 5 keer het woord kan raden

Wanneer de speler een rode bal pakt

Winnaar van het spel

De speler die als eerste een rij op de speelkaart heeft gemaakt van 5 gele ballen, en dus Lingo haalt is de winnaar!

Dan is ronde 1 gespeeld. De tweede ronde is de verliezer als eerste de kans om het woord te raden. Zo gaat het spel door totdat het van te voren bepaalde aantal rondes gespeeld is. Diegene die de meeste rondes gewonnen heeft is de winnaar.