Speluitleg 30 Seconds

Introductie en voorbereiding

30 Seconds is een leuk gezelschapsspel waarbij het de bedoeling is dat 2 of meer teams namen en woorden gaan beschrijven zonder het daadwerkelijke woord of naam op het kaartje te gebruiken. De andere spelers uit eigen team moeten deze woorden/namen raden om zo stappen te verdienen op het speelbord en als eerste de Finish te bereiken. Elke ronde duurt 30 seconden en spelers mogen/kunnen maximaal 5 goede antwoorden geven.
Het spel kan eventueel gespeeld worden met 3 spelers, maar beter is om te spelen in teams. Hoe meer mensen in een team hoe beter. Wanneer je bijvoorbeeld met 6 mensen speelt is het beter om met 2 teams van 3 te spelen, dan met 3 teams van 2.
 
 
Het spel 30 Seconds bevat:
Speluitleg 30 Seconds spelen
  • 230 kaarten met 4600 namen
  • 1 kaarthouder
  • 1 speelbord
  • 1 zandloper 
  • 1 dobbelsteen
  • 4 speelstukken 
  • spelregels
 
 

De dobbelsteen

Op de dobbelsteen staat 0,0,1,1,2,2. De dobbelsteen word altijd gegooid aan het begin van een beurt. Aan het eind van de beurt mag het team voor elk juist gegeven antwoord méér dan de waarde van de dobbelsteen een stap op het bord zetten. Wanneer een team bijvoorbeeld 1 gegooid heeft aan het begin van hun beurt, en zij hebben 3 woorden/namen juist geraden mogen zij 2 stappen op het speelbord zetten. Wanneer het aantal juiste antwoorden gelijk is aan de waarde van de gegooide dobbelsteen blijft het team op dat vakje staan.
 

Beschrijvers en Benoemers

In elk team worden spelers beschrijvers en benoemers genoemd. Alle spelers moeten wisselen in beschrijver en benoemer. De beschrijver van een team word elke ronde gewisseld. Wanneer er met slechts 3 spelers gespeeld word moet 1 van de 3 spelers beschrijver zijn van beide teams. Alle andere regels blijven hetzelfde.
 
Wat mogen Beschrijvers NIET?
  • Beschrijvers mogen nooit de namen of woorden op het kaartje zelf gebruiken. 
  • Beschrijvers mogen nooit namen die afgeleid zijn van de naam op het kaartje gebruiken.
  • Beschrijvers mogen nooit ''klinkt als'' of ''rijmt op''  tactiek gebruiken.
  • Beschrijvers mogen nooit naar letters van het alfabet verwijzen.
  • Beschrijvers mogen nooit iets aanwijzen.
 
Wat mogen Beschrijvers WEL?
  • De naam of het woord op wat voor  wijze dan ook beschrijven, zingen neurieën of gebaren.
  • De lidwoorden (en, de, het , and, the) die in sommige van de woorden/namen voorkomen gebruiken.
  • Wanneer de beschrijver niet weet wie of wat de naam of het woord op het kaartje voorstelt, mag hij andere namen en woorden gebruiken om de naam op het kaartje te illustreren. Bijvoorbeeld : De naam op het kaartje is Lance Armstrong. De beschrijver mag dan zeggen zijn achternaam is dezelfde als die van Neil ......... de eerste man op de maan. 
 
 

Spelverloop

De teams worden gekozen en ieder team kiest een speelstuk dat ze op Start zetten. Er word met de dobbelsteen gegooid om te bepalen welk team begint. Het team dat het hoogst gooit begint. Wanneer er 2 teams hetzelfde gooien word er door hen opnieuw gegooid. De teams stellen vast in welke volgorde de spelers Beschrijver en Benoemer zijn. De volgorde houden ze het hele spel aan.
Het team dat het hoogst gegooid heeft begint, en gooit de dobbelsteen. De speler die die ronde Beschrijver is pakt een kaart uit de ''UIT'' kant van de kaarthouder. Kaarten hebben 4 kleuren vlakken. Op ieder vlak staan 5 woorden/namen. De kleur van het vak op het speelbord waarop het speelstuk van een team staat geeft de kleur aan van het vak waaruit de namen moeten worden beschreven. Het startvak is blauw, dus in het begin moeten alle teams de namen uit het blauwe vak beschrijven. De beschrijver mag de namen in willekeurige volgorde beschrijven. Een van de spelers draait de zandloper om en roept ''start''. De beschrijver mag pas naar de woorden/namen kijken die hij moet beschrijven wanneer de zandloper is omgedraaid en er ''start'' geroepen is. Dan mag hij beginnen met beschrijven.
De benoemers mogen nu hardop hun antwoorden/gokken uitspreken terwijl de beschrijver de woorden/namen beschrijft. De tijd moet in de gaten gehouden worden door spelers van de andere teams. Deze moeten ''stop'' roepen wanneer de tijd voorbij is.
Zodra de beurt voorbij is mag het team voor elk goed antwoord meer dan de waarde van de dobbelsteen die ze voor hun beurt gegooid hebben een stap op het bord zetten. De gebruikte kaart word nu teruggestopt in het ''IN'' gedeelte van de kaarthouder.
Het team dat als eerste FINISH bereikt op het speelbord is de winnaar.
 
Speluitleg 30 Seconds kaartjes

Regels

Het is aan de teams, om VOORDAT het spel begint te bepalen hoe strikt de regels worden genomen. Welk antwoord geldt wel en wat geldt niet? Bijvoorbeeld is Donald genoeg voor Donald Duck? En moeten eventueel voor- en achternaam binnen de tijd genoemt worden of is het voldoende als de juiste voornaam binnen de tijd, en de achternaam buiten de tijd genoemd word.
Wanneer een van de spelers een regel overtreedt stopt de beurt van het team van deze speler meteen, en word het speelstuk 1 vak teruggeplaatst.