Speluitleg Toepen

Toepen is een kaartspel. Dit spel kent veel andere namen. Je kunt het ook droeven, proeven of snoepen noemen. Waarom deze bijnamen zijn ontstaan is niet duidelijk, maar de meeste mensen kennen het spel als toepen. Diegene die bij de laatste slag de hoogste kaart op kan gooien heeft het spel gewonnen. Speluitleg Toepen spelenGebruik je hersens en wie weet win jij wel de eerste ronde!

Benodigdheden toepen

Bij het toepen heb je een dek kaarten nodig. Je hebt een tafel nodig en daarnaast kun je het spel met maximaal vier spelers spelen.

Het begin van toepen

Toepen begint wanneer de kaarten worden geschud. Je speelt het spel met 32 kaarten, dit noemen we ook wel de piketkaarten. Het gaat over de plaatjeskaarten, aas, heer, vrouw en boer en de kaarten 10, 9, 8 en 7. De andere kaarten worden uit het spel gehaald. De kaarten worden na het sorteren goed geschud. De deler deelt de kaarten uit en geeft met de klok mee, iedere speler krijgt twee kaarten en daarna (na de eerstvolgende deelronde) geeft hij ieder nog twee kaarten. In totaal hebben de spelers bij het begin dus vier kaarten. Diegene die gedeeld heeft moet ook de puntenscore bijhouden. Er kan gekozen worden om een speler te laten delen en te laten tellen. De waarde van de kaarten is van belang, van hoog naar laag is het tien, negen, acht, zeven, aas, heer, vrouw en dan de boer. De inzet moet bij het spel worden afgesproken. Je kunt overal om spelen, om punten en om geld. Als je tien punten hebt, dan heb je verloren. Als je winnaar bent dan krijg je geen punten. Deze gaan dan naar de verliezer. Het aantal punten wordt per ronde beslist en is afhankelijk van hoe vaak er wordt geklopt. Het gaat bij toepen om het winnen van de vierde, dus de laatste slag. Het maakt niet uit of je de eerste drie slagen hebt gewonnen of verloren, de laatste kaart is beslissend.

Spelverloop toepen

Diegene die naast de deler zit moet beginnen en zal de eerste kaart opgooien en dan wordt de kleur bepaald. Andere spelers moeten nu kleur bekennen. Als diegene harten heeft opgegooid, dan moeten de anderen ook harten spelen. Als je dat niet kan dan moet je een andere kaart opgooien. Diegene met de hoogste kaart van de kleur wint de slag. Alle kaarten die gespeeld zijn blijven gewoon open op tafel liggen, iedereen kan dus zien wat er is gespeeld. Win je de laatste slag? Dan krijg je geen punten, maar de verliezers wel!

Bij het zien van je kaarten kun je nog niet weten of je de laatste slag gaat winnen. Maar als je denkt dat je wel gaat winnen, dan kun je roepen: toepen. Je kunt ook op tafel kloppen. Anderen kunnen dan meegaan of passen. Iedere speler mag met de klok mee laten weten wat de keuze is. Als je past krijg je een strafpunt. Als je meegaat en gaat kijken, maar de laatste slag niet kunt winnen dan krijg je twee strafpunten. Maar diegene die getoept heeft kan de ronde ook verliezen, hij kan de slag verliezen en die krijgt dan ook twee strafpunten.

Overtoepen is mogelijk. Als je zeker bent van de overwinning kan het zijn dat anderen dat ook denken. Je klopt dan op tafel, als anderen dat ook doen dan kan de inzet worden verhoogd met een punt. Dit kan doorgaan tot een maximum dat je zelf hebt afgesproken. Bij overtoepen gaan de verliespunten per toepronde telkens met eentje omhoog. Jezelf overtoepen kan niet!

Bij toepen moet je je beste kaarten tot het einde bewaren! De vierde slag is van groot belang en dit kan er voor zorgen dat je wint.